Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/vhcamerata/domains/camerata-trajectina.nl/mysql_open.php on line 8


Welkom op de website van Camerata Trajectina. Een ogenblik geduld alstublieft...


Welcome at Camerata Trajectina's website. Please, wait a moment...

De liederen van Gysbert Japix

'Master is wer gek', zouden de schoolkinderen tegen elkaar hebben gefluisterd, als Gysbert Japix inspiratie kreeg en de ganzenveer greep om een dichterlijke inval neer te pennen. De muze liet hem ook tijdens de arbeid niet met rust. Een carrièremaker was Japix (1603-1666) niet. Hij kwam te werken als eenvoudig schoolmeester in het Friese dorpje Witmarsum, en later in zijn geboortestad Bolsward – op voorspraak van zijn vader, een kistenmaker die het tot burgemeester schopte en het fraaie stadhuis ontworpen had. De gelovige Gysbert werd tevens voorzanger in de Martinikerk, een indicatie dat hij een muzikale man moet zijn geweest. Hij leefde zo te zeggen voor de kunst. Na het een en ander in het Nederlands te hebben gedicht, probeert hij het in 1639 in het Fries. Met zijn bruiloftsdicht Friesche Tjerne, over een boer die mooi zingen kan, oogst hij groot succes. Als een Friese Bredero maakt hij geestig gebruik van de volkstaal, een stedeling die het boerenleven met milde spot schildert. Dat was eerder gedaan door Jacob Vredeman in diens Friese vilanellen (1602), door Jan Jansz. Starter in een Friesch Pastorel (1621) en kort tevoren door Johannes van Hichtum in enkele bruiloftsgedichten (1639), die Gysbert op het Friese spoor zetten. Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Gysbert gaat een stap verder en begint ook serieuze minnepoëzie in het Fries te dichten, en politieke zangen en psalmberijmingen. Uit het niets schept hij een literaire taal, waarin herders herderinnetjes op gracieuze wijze het hof maken, minnaars en minnaressen vernuftige woordenspelletjes spelen, de lof van stadhouders wordt gezongen en het Opperwezen wordt aanbeden. Gysbert raakt bekend om zijn kennis van de Friese taal. De beroemde taalgeleerde Junius komt hem opzoeken om Fries te leren. Allengs worden Gysberts 'gouden verzen', zoals Junius het zei, ingewikkelder en geleerder. Geheel in de geest van zijn tijd imiteert hij andere dichters en maakt hij variaties op hun werk. Het lied Kipedo Reauwe-bjuester ('Cupido zijn gerei kwijt') is bijvoorbeeld geïnspireerd op op een 'quickje' van de Amsterdammer Roemer Visscher, en Tjesck-Moars See-Ængste, over een vrouw die met angst in het hart haar kleinkind naar zee ziet gaan, op een lied van Vondel over Maria Tesselschade, die afscheid neemt van haar zeevarende man. Ook Reontse Ljeafde-Gal ('Liefdesklacht van Reoxina') gaat terug op Vondel, en die weer op klassieken als Ovidius en Vergilius. Gysbert was een intellectueel die de Nederlandse en Neo-Latijnse literatuur van zijn tijd op zijn duimpje kende en met menig wetenschapper correspondentie onderhield.

Veel van Gysberts verzen waren gedicht om te zingen: het zijn liederen. In dat opzicht onderscheidde Gysbert zich niet van andere Nederlandse dichters, die in zijn dagen vrijwel zonder uitzondering liederen schreven op populaire melodieën, aangegeven met een wijsaanduiding ('Op de wijze van ...'). Ook in zijn muziekkeuze sloot Gysbert volledig aan bij wat in Holland mode was. Veel van die melodieën waren van buitenlandse herkomst, met name uit Frankrijk en Engeland.

Op de cd Gysbert Japix – Lieten (Globe GLO 6055) worden 22 van Gysberts liederen uitgevoerd zoals dat in zijn tijd moet zijn gebeurd, volgens de muziekhistorische uitvoeringspraktijk. De melodieën zijn degene die hij bedoeld heeft, met enige variatie genoteerd in liedboekjes en handschriften. Of Gysbert en zijn kring de liederen op instrumenten heeft begeleid weten we niet zeker, maar het ligt voor de hand – dat deed vrijwel iedereen. We hebben instrumenten gekozen die in burgerlijke kringen gebruikelijk waren, tokkelinstrumenten zoals de luit en de citer, en een bijzondere vorm van het spinet, de muselaar; voorts de viola da gamba, de viool en de blokfluit. Die instrumenten waren ook in Friesland bekend. De muselaar, te zien op schilderijen van Vermeer en vele andere Hollandse meesters en in grote aantallen gebouwd in Antwerpen, wordt voor het eerst bij zijn naam genoemd in een traktaat van Klaas Douwes uit het Friese Tzum (Grondig ondersoek van de toonen der musiek, 1699). De inventaris van de Leeuwarder klerk Pibo Gualtieri (1618) noemt een groot klavecimbel, drie luiten en vijf citers, een bandora, een dansmeesterviool, een 'accoord' (set) dwarsfluiten en een clavichord. Dit lijkt uitzonderlijk veel. Maar ook Meindert Gerrits, zoon van een beurtschipper op Dokkum, liet een luit, twee violen, een kleine bandora, acht fluiten, een klavecimbel (waarschijnlijk een muselaar of spinet), een clavichord en twee dwarsfluiten na. Ons instrumentarium weerspiegelt dus wat in Friesland in Gysberts dagen in omloop was. Dat geldt ook voor de doedelzak (of 'lullepijp', zoals die in de zeventiende eeuw werd genoemd) die in het eerste en laatste nummer te horen is. Die kon men niet bij gegoede burgers aantreffen, maar wel bij de boeren op het platteland. We zien ze op de schilderijen van Brueghel en Jan Steen, en Gysbert rept in zijn gedicht Sjolle Kreamer in Tetke over marskramers en nietsnutten die hun gezang op de lilleseck begeleiden.

Hoewel we achteraf kunnen vaststellen dat Gysbert grote voorbeelden als Vondel soms wist te evenaren, is zijn werk slechts in kleine kring bekend en gewaardeerd geweest. Wat dat betreft stond hij volledig in de schaduw van een andere Friese dichter, de genoemde Jan Janszoon Starter. Diens vrijwel geheel Nederlandstalige Friesche Lusthof (1621) is een van de meest succesvolle liedboeken van de Gouden Eeuw geweest. Pas in de negentiende eeuw, toen de Friese Beweging ontstond, werd Gysberts eigenzinnige gebruik van het Fries alom gewaardeerd – althans in Friesland. Zijn werk is postuum uitgegeven (Friesche Rymlerye, 1668) en nadien vele malen herdrukt. Dat wil niet zeggen dat elke Fries zijn Gysbert kent. Meer geprezen dan gelezen, zegt Gysbert-kenner Breuker over zijn held. Moge onze cd er toe bijdragen dat Gysberts liederen in elk geval meer gezongen worden.

© 2003, Louis Peter Grijp

close