Het gezelschap

door J.J. Plaskuil, pseudoniem van Kees Schul


fragment, gevonden in een papiercontainer achter uitgeverij Van Oorschot
(Elke gelijkenis met bestaande personen of toestanden is toevallig)

 

…Het was al laat. De straat was veel langer dan Maarten verwacht had, een trieste smalle straat, waar op dit uur al niet veel voorbijgangers meer waren. Het was lang geleden dat hij een concert van Het Gezelschap had bijgewoond. Hij versnelde zijn pas, terwijl boven hem aan de hemel donkere wolkenpartijen door de wind werden voortgejaagd. De straatverlichting, vroeg voor de tijd van het jaar, glom op het asfalt. Het Nederlandse Instituut lag aan het allerlaatste uiteinde, een restje straat, overgebleven nadat de grote boulevard door deze wijk was gesneden. Enigszins buiten adem bereikte hij op het laatste moment het Instituut. Een nerveuze portier maande hem nog tot spoed. “Ça va commencer monsieur
Hij kon alleen knikken. Boven aan de trap belandde hij in een vrijwel lege hal. Een moment sloeg de verwarring toe. Zowel links als rechts waren deuren. Er was niemand meer te zien. Op goed geluk opende hij een deur waarachter geroezemoes vandaan kwam. Het bleek het zaaltje dat als artiestenkleedkamer dienst deed. Daar herkende hij Het Gezelschap. De zangers waren nog druk in de weer met hun uiterlijk. Hij meende in een nevel van haarlak de contouren van de sopraan Louize van Landsmeer te onderscheiden. Naast haar haalde Bouke, de countertenor, de krultang nog eens door zijn authentieke barokkapsel. Tenor Eelco Bloem, die er overigens onberispelijk uitzag, stond ongeduldig op zijn voeten te wiebelen. “We hadden eigenlijk eerst nog iets moeten eten..” hoorde Maarten hem zeggen. Verderop, tussen de instrumentenkoffers was Hendrikje de Man bezig een bloempot vol blokfluitonderdelen te sorteren. “Maarten, wat een verassing,” kwam Roderik Pruis hem tegemoet. Zijn schoenpunten, die nog mafieuzer waren dan anders, krulden in de lucht. “Het zit vol, je zult moeten improviseren om een plaats te vinden. We hadden niet meer op je gerekend, om dat we weten dat je het druk hebt met je boeken.”
“Waar is De Gier?” wist Maarten uit te brengen. De luitist was nergens te bekennen.
“Charles is even naar het toilet” legde Roderik uit “je weet, vlak voor een concert….”
“Vlak voor een concert?”
“Altijd.”
Het gesprek werd onderbroken door een zenuwachtig gebarend meisje van de organisatie. Blijkbaar dreigden ze te laat te beginnen. Maarten knikte. “Jullie moeten, geloof ik. Veel plezier” liet hij er enigszins overbodig nog op volgen.
Ontevreden over zichzelf betrad hij de zaal waar hij met moeite een stoel vond. Toen hij om zich heen keek stelde hij, niet voor de eerste keer, vast dat Onze Lieve Heer weinig reden had om zich wat betreft dit gedeelte van de schepping op de borst te slaan. Het Gezelschap trok een vast publiek, en zelfs bij een afgelegen concert als dit waren er veel trouwe volgelingen, met hardhouten haarspelden, linnen vredestassen en veel verantwoord doch comfortabel schoeisel. Het was drukkend warm in de zaal. Zelfs de zeventiende-eeuwse patriciërs op de overal hangende schilderijen schenen te zweten. Een paar rijen verderop glinsterde de karakteristieke schedel van Karel Poortinga van Atlas CD’s. Maarten meende zijn stem te onderscheiden. “Snap je wat ik bedoel? Niets blijft ons bespaard.”
Met een rood hoofd sloop iemand van de organisatie voor het podium langs om daar onopvallend een reusachtige zak engelse drop te verwijderen, die daar blijkbaar na de repetitie was vergeten. Net op tijd. Achter de deuren klonk gerinkel en gepiep, en daar betrad Het Gezelschap op zeventiende-eeuwse wijze het podium. Het stemmen nam enige tijd in beslag, gedurende welke de zangers de fotokopieën met hun partijen nog eens in een andere volgorde legden. Louize en Eelco Bloem wisselden enkele partijen.
Toen hij eindelijk uitgestemd was stond Charles de Gier op. Hij was, wist Maarten, een van de veteranen van Het Gezelschap, nog uit de tijd dat ze zich al kromhoornend en rommelpotrukkend door het Nederlandse muziekleven bewogen. Sindsdien had het gezelschap echter een behoorlijke staat van dienst opgebouwd. Beroemd waren de optredens bij Nationale Herdenkingen. Hij wist zelfs dat men ten paleize beweerde dat Hare Majesteit wel eens ‘s nachts gillend was wakker geworden en slechts kalmeerde nadat men haar had verzekerd dat er die dag zeker geen optreden van Het Gezelschap op de agenda stond.
Mesdames et messieurs” begon De Gier met een sereen gezicht, dat contrasteerde met zijn wat hoekige uitspraak. “ce soir nous vous proposont un programme de chansons néerlandais du dix-septième siecle. Pour nous c’est l’age d’or, l’age de Rembrandt et Vermeer.”
Een punt van de boord van zijn smokingoverhemd wees omhoog, en scheen hem onder zijn kin te willen kriebelen. Achter hem vielen fotokopieën op de grond. De tenor Eelco Bloem raapte ze met een rood hoofd van het bukken op. Roderik Pruis wiebelde een beetje met zijn gamba en met zijn hoofd, en scheen het allemaal te gewoon te vinden om er aandacht aan te besteden. De bas van het gezelschap, Artur Apoteker, geliefd om zijn stabiele manier van zingen, zat kaarsrecht en onbewogen, met een zoals altijd ondoorgrondelijke uitdrukking op zijn gezicht.
Maarten vroeg zich af of de aanwezige Fransen door het accent van Charles de Gier heen konden luisteren, en probeerde zich voor te stellen dat een buitenlander hem op deze wijze in het Nederlands zou toespreken. De gedachte bracht onwillekeurig een glimlach op zijn gezicht, maar een strenge blik van zijn buurvrouw, van onder haar knotje, bracht hem weer tot bezinning. Ondertussen was de toespraak geëindigd en begonnen de liedjes. Voor een ensemble met een beruchte repetitie discipline klonk het allemaal heel goed. Maarten wist dat de repetitie afspraken een bron van spanningen waren, waarover veel gebeld gefaxt, en de laatste tijd veel ge e-maild werd. Vooral Eelco Bloem stond bekend als de tenor van de mail.
Voor hem waren inmiddels hele rijen oudere dames in de uitgedeelde tekstboekjes verdiept. De kettinkjes van hun leesbrillen slingerenden ritmisch met de muziek heen en weer slechts onderbroken door het massaal omslaan van de programmaboekjes. Maarten voelde zich langzaam wegzakken. Een grote loomheid maakte zich eindelijk van hem meester. Hij zou hebben gezegd dat hij bijna gelukkig was.

 

30 september 1999 , 25 jaar Camerata Trajectina

 

start deze site opnieuw