Muziek uit de Muiderkring

Opname 1994, © 1994, Globe 6026 UITVERKOCHT

De pruimen beginnen te rijpen, en roepen: “Tesseltje, Tesseltjes mondje”, want zij willen graag door Tesselschade gegeten worden. Verzen van begaafde dichters roepen daaroverheen “Tesseltje, Tesseltjes keeltje”, want ze willen graag door Tesselschade gezongen worden.

Jaarlijks reisde Maria Tesselschade vanuit Alkmaar naar het Muiderslot om een paar daagjes te logeren bij P.C. Hooft en zijn gezin. Iedereen was dol op haar en zij stond vaak in het middelpunt van de vele zomerpartijen op het oude kasteel, waar deftige heren, kunstenaars en intellectuelen luisterden naar elkaars literaire werk. Zij vermaakten zich met conversatie, filosofie, grappenmakerij, eten, drinken en met muziek.  Onder hen waren ook Constantijn Huygens, Caspar Barleus en Gerard Vossius.

De vriendschap tussen Hooft en Tesselschade is de spil waarom de Muiderkring draaide. Hun vriendschap is er een voor het leven. Tesselschade zong en de liederen van P.C. Hooft behoren tot de mooiste van de Nederlandse literatuur. Van Tesselschade zelf is maar één liedje bewaard: Hoe craticgh ick verpyn. De verliefdheid straalt er vanaf, alleen mogen we zelf raden op wie. Veruit de meeste kans maakt Allard Crombach met wie ze in 1623 trouwde. Joost van den Vondel legt haar een bezorgd liefdeslied in de mond, de Vechtzangk. En onder de talrijke vrijers die Tesselschade afhield, bevond zich ook Bredero.

Wat trok Hooft en zoveel anderen aan in Tesselschade? Het moet een combinatie geweest zijn van karakter, schoonheid en vaardigheden. Hartelijk, lief en vrolijk, een ‘zoetmelkshart’ zoals haar vrienden het uitdrukten, en daarbij intelligent, evenwichtig, geestig, mooi, muzikaal kunstzinnig en literair begaafd.

Bekijk het cd-boekje