Vive le Geus!

Opname 1998, © 2018, Globe 5273; speciale heruitgave van de cd De Vrede van Munster bij de voorstelling Vive le Geus!

€ 10,00 incl. btw

Win de oorlog, zing een lied

Muziek was in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijk wapen in de strijd. Het politieke lied gold als een indringend medium, als een nuttig instrument bij het beïnvloeden van de publieke mening. Er zijn uiteraard liedjes tegen de Spanjaarden en de katholieken, maar ook tegen de geuzen. En de diverse protestante richtingen mochten elkaar graag door middel van een lied verketteren. Veel hiervan komt rechtstreeks voort uit het volk, maar ook coryfeeën als Vondel en Revius lieten zich niet onbetuigd.

Het meest bekend zijn de geuzenliederen die in eerste instantie op losse vellen werden gedrukt en vervolgens in verschillende bundels tussen 1573 en 1687 zijn uitgegeven. Deze liederen geven een uniek en persoonlijk perspectief op de Tachtigjarige Oorlog. De geuzendichters waren er immers zelf bij toen Alkmaar belegerd of Leiden ontzet werd, of toen ze hun tiende penning moesten afdragen. Het was voor hen van groot belang Alva als een bloeddorstige duivel af te schilderen en hun medeburgers partij te laten kiezen. Het beroemdste geuzenlied is het Wilhelmus. Van dit lied werd gezegd dat het meer waard was dan 10.000 soldaten, want als de manschappen het hoorden, werd hun bloed “gaende”. De geuzenliederen wisten een gevoel van nationale eenheid op te roepen en voedden de behoefte aan onafhankelijkheid.

‘Deze muziek mag dan wel geen Mozart zijn, maar kreeg het wel gedaan om een oorlog 80 jaar aan de gang te houden’ – Hans Goedkoop

Maar wie denkt dat er sprake was van een eensgezinde natie die gebroederlijk optrok tegen de overheerser, komt bedrogen uit. Nederland was gedurende die 80 jaar een verzameling van verschillende partijen met verschillende belangen. Amsterdam bijvoorbeeld bleef tot lang in de oorlog op de hand van de Spanjaarden, iets wat de stad door de geus-gezinden erg kwalijk werd genomen. Treffend voor de onderlinge verdeeldheid zijn de ontwikkelingen tijdens het twaalfjarig bestand. De binnenlandse spanningen namen toe en de remonstranten en contraremonstranten vlogen elkaar in de haren. De hiermee samenhangende rivaliteit tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt kende een bloedig einde op het schavot.

De liederen dienden als nieuwsvoorziening in een tijd waarin er geen dagelijkse krant was. Maar dat nieuws was veelal “fake news”: soms pure propaganda, maar in elk geval eenzijdig gevormde opinie. Wie de liederen naast elkaar legt, bespeurt een hartstochtelijk debat, uitgesproken meningen, pogingen om medestanders te werven, maar vooral de wens om iets van die oorlog te snappen. Die troepen die je stad kwamen belegeren hadden jouw geloof, maar kwamen ook plunderen. Moest je daarbij juichen? Hoe moest je overleven? Kon je je buurman wel vertrouwen? Wist je zelf wel aan welke kant je stond? Door zo hard mogelijk te zingen probeerde men vat te krijgen op de verwarrende gebeurtenissen en staande te blijven in de chaos van de opstand.