Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/vhcamerata/domains/camerata-trajectina.nl/mysql_open.php on line 8


Welkom op de website van Camerata Trajectina. Een ogenblik geduld alstublieft...


Welcome at Camerata Trajectina's website. Please, wait a moment...

'Klagende Maeghden' en andere liederen van Jacob Cats

De Zeeuw Jacob Cats (1577-1660) is een van de meest gelezen schrijvers uit de Nederlandse literatuur geweest, een echte volksschrijver. Veel Nederlanders hadden twee kloeke boeken op de plank staan: de Bijbel en daarnaast de verzamelde werken van Jacob Cats. Zijn werk bood een praktische moraal, op aantrekkelijke wijze verpakt.

Cats wist waarover hij het had wanneer hij in zijn dichtwerken tegen vleselijke zonden waarschuwde. In zijn autobiografie Twee-en-tachtigjarig leven is hij opmerkelijk open over zijn eigen seksleven. Dat begon al toen hij als elfjarige vanuit zijn geboortestad Brouwershaven in Zierikzee op kostschool werd gedaan. Hij leerde er behalve Latijn ook de liefde kennen, dankzij de levenslustige dienstmeid van zijn hospes. Ook in Cats' Leidse studiejaren was er een dienstmeisje dat voor veel vrolijkheid zorgde. Maar de jonge Jacob schrok zich een ongeluk toen hem een kind van deze deerne in de schoenen dreigde te worden geschoven. Het was loos alarm, maar hij had zijn lesje geleerd. Toch is hij als student in Orléans en later als advocaat in Middelburg voortdurend met vrouwen in de weer geweest. Pas als hij trouwt, in 1605, komt aan deze onrust een einde. Het is zijn beminde Elisabeth die Jacob op het rechte pad brengt, voorgoed.

Maatschappelijk gaat het Cats voor de wind. Als beginnend advocaat wint hij een belangrijk proces voor een vrouw die als heks veroordeeld dreigde te worden – zijn enige prestatie die feministen hem in dank kunnen afnemen. Hij verdient goed geld aan zaken van kapers die met goedvinden van de Zeeuwse overheid Spaanse schepen opbrengen. Tijdens het Twaalfjarig bestand, als de kaapvaart stil ligt, vindt Cats al snel een andere lucratieve bron van inkomsten: inpolderingen en de exploitatie van nieuwgewonnen land. Als het bestand is afgelopen begint een carrière als bestuurder: eerst als pensionaris van Middelburg en Dordrecht, en later in Den Haag als raadspensionaris van Holland en West-Friesland. Jacob Cats is dan een van de machtigste mannen van de Republiek.

Inmiddels heeft hij ook naam gemaakt als dichter. Hoewel hij in zijn jonge jaren het een en ander heeft gedicht, debuteert hij pas wanneer hij de veertig is gepasseerd. In 1618 verschijnen twee embleembundels van zijn hand, waarin hij fraaie gravures van moralistische en religieuze duidingen voorziet. Ook zijn latere werken zijn rijkelijk voorzien van illustraties, die aan het succes van zijn werken bijdragen. Cats' belangrijkste werken – zoals Houwelijck (1625) en Trou-ringh (1637) – behandelen de moraal rond vrijage en huwelijk. De superioriteit van de man is van God gegeven, al vormen wederzijdse liefde en respect de basis van het huwelijk. De echtgenoot moet trouw en liefhebbend zijn, "een man van tucht, en niettemin / geen leeuw of beer in zijn gezin". De vrouw is er voor het huishouden en de kinderen. Als maagd moet zij ingetogen en schroomvallig zijn, haar eerbaarheid is haar hoogste goed. Bij de vrijage is het de jongeman die het initiatief neemt. De raad van de ouders is van groot belang bij de keuze van de juiste huwelijkspartner. Ouderen hebben nu eenmaal meer inzicht en ervaring in dit soort zaken, en verliefden doen domme dingen. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat het meisje maagd blijft totdat zij in het huwelijk treedt. Verder zijn huwelijken tussen rijk en arm of jong en oud uit den boze. Daar komt altijd narigheid van.

Deze moraal was niet nieuw, maar de boodschap was nog nooit zo aanstekelijk verpakt. Cats is een geboren verteller, die zijn scherpe psychologische en sociale inzichten even gemakkelijk illustreert met voorbeelden uit de mythologie of de Bijbel als uit het dagelijks leven van de Gouden Eeuw. Overtuigingskracht ontleent Cats aan zijn voorliefde voor spreekwoorden. Hij verzamelde die in zijn Spiegel van den ouden ende nieuwen tijdt (1632) en presenteert ook zijn eigen wijsheden graag in die vorm. "Een rijpe pere dient geplukt/ voordat het met haar kwalijk lukt" is er zo een. Het klinkt als een waarheid als een koe uit de mond van een meisje dat vindt dat ze lang genoeg heeft gewacht op de toestemming van haar moeder om te mogen trouwen. Haar vrijer staat al een jaar voor de deur en ze wenst nu te worden "geplukt". Of "Een paard dat nu is grijs van haar/ En heeft van hollen geen gevaar." Het is een van de argumenten die een oude man naar voren brengt wanneer hij een jonge bruid probeert te veroveren: ze heeft van hem geen gekke dingen te verwachten. Maar ook tegenargumenten kunnen als spreekwoorden klinken: "Als iemand op zijn laarzen pist/ 't Is tijd dat hij zijn beeldje mist," met andere woorden: tegen de tijd dat je incontinent begint te worden, kun je beter ophouden met minnezaken.

Hoe populair Cats als dichter ook geweest is, in de negentiende eeuw werd hij volledig afgebrand door critici als Busket Huet, die niets moesten hebben van zijn burgermoraal en stijl van dichten. Deze banvloek zou inmiddels uitgewerkt zijn, ware het niet dat Cats' moraal tegenwoordig als rolbevestigend, om niet te zeggen vrouwonvriendelijk wordt ervaren. Cats moet het hebben van de cultuurhistorisch ingestelde lezer die hem als een man van zijn tijd wil zien en waardering kan opbrengen voor de knappe en vaak geestige verpakking van een boodschap die er niet meer toe doet.

Cats' liederen waren in zijn tijd populair. 'Floride soo het wesen mag' was een tophit die in tientallen liederen van anderen als wijsaanduidingen is aangehaald. Evenzo 'Schoon bloemgewas'. Ook de klaagliederen van Dina en de dochter van Jephta waren populair. De laatste twee komen uit Cats' Klagende Maeghden en Raet voor de selve (1634), waarin veel van zijn liederen zijn gebundeld. De pensionaris moest wegens zijn drukke bestaan de redactie van de bundel overlaten aan zijn huisknecht Matthias Havius, die in een voorrede zijn meesters bedoeling verwoordt: de stommiteiten van verliefde jongeren aangaande huwelijkszaken uit het verleden tonen en ze zo in de toekomst helpen te voorkomen. Cats zelf maakte een openingsgedicht waarin de Rede uitlegt hoeveel leed had kunnen worden vermeden als jongelieden naar hun verstand in plaats van naar hun erotische aandriften zouden hebben geluisterd. Op de titelprent zien we maagden en vrijers knielen voor de troon van de Rede. Ze zijn geraakt door pijlen van Amor, hetzij in hun oog, oor, hart of in hun maagdenkransje. In de liederen vertellen zij ons van hun ongeval. In de Bijbel vond Cats nog meer klagende maagden: behalve Dina en de dochter van Jephta onder anderen Tamar, Susanna, Abisagh van Sunem en de vijf dwaze maagden uit de parabel van de olielampen. Dina en Tamar zijn verkracht, Susanna is vals beschuldigd, de dochter van Jephta wordt letterlijk geofferd, Abisagh moet met een impotente koning trouwen en de dwaze maagden missen een bruiloftsfeest. Al dit maagdenleed had voorkomen kunnen worden!

Cats voldeed met zijn Klagende Maeghden aan het verzoek van enkele Haagse juffers die graag de nieuwste Franse airs zongen maar zich ergerden aan de zinnelijke teksten. Ze vroegen Cats "enige goede stoffen" op die melodieën te dichten. Die vond hij bij de bijbelse maagden, wier geschiedenissen hij uitvoerig verhaalt, soms met meer dan twintig of dertig coupletten per lied. Je hoeft ze niet per se te zingen, je kunt ze ook lezen, staat er bij. Wij hebben ze in elk geval stevig ingekort. Een aantal van de Franse melodieën heeft Cats meerdere malen gebruikt, zoals 'O nuict, jalouse nuict', 'Puisque de vivre sans aimer', 'Faut-il qu'une beauté mortelle' en 'O faux amant! o langue menteuresse' – kennelijk lievelingsnummers van hem, of van de juffers. Zoals gezegd vonden Cats' liederen gretig aftrek. De Klagende Maeghden hebben talrijke herdrukken beleefd, en een aantal van de liederen zijn nog in het midden van de achttiende eeuw als wijsaanduidingen aangehaald. Een bewijs dat ze meer dan een eeuw lang zijn gezongen.

© 2008, Louis Peter Grijp

 

verantwoording bij de cd Jacob Cats, Klagende Maeghden en andere liederen:
Veel van het onderzoek voor dit programma is ontleend aan de doctoraalscriptie van Martha van Seters, Alle de liederen van Jacob Cats (Utrecht 1990). Waar wijsaanduidingen ontbreken zijn met behulp van de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut melodieën gevonden die metrisch overeenkomen en dusdanig karakteristiek zijn dat kan worden aangenomen dat Cats ze heeft bedoeld. Het zijn steeds Franse melodieën die ook in de Nederlanden bekend waren. Voor alle melodieën zijn bronvermeldingen, contrafacten en varianten te vinden op de Nederlandse Liederenbank.

close